Onderweg in de winter

  • Sneeuwkettingen. Thuis oefenen in het omleggen is aan te raden. Neem werkhandschoenen, oude jas en een knielmatje mee, want vaak zijn de straat, de banden en de omgeving erg vies. Sneeuwkettingen zijn verplicht op trajecten die zijn aangegeven met het ronde blauwe bord met daarop afgebeeld een band met sneeuwketting.
  • De AutoSock. Dit is een textiel wielcover en is vergelijkbaar met het op sokken lopen over ijs. Deze is overal toegestaan, behalve in Oostenrijk en Zwitserland. Daar geldt een wet uit 1914 waarin staat dat een sneeuwketting minimaal uit vijftig procent metaal behoort te bestaan. Deze wet is van toepassing op plekken waar op dat moment sneeuwkettingplicht geldt. Dit wordt duidelijk gemaakt met het hiervoor genoemde blauwe verkeersbord. Door de coulante houding van de Oostenrijkse en Zwitserse politie zijn er bij de NKC echter al drie jaar geen gevallen bekend dat voor het gebruik van de AutoSock op die trajecten bekeuringen zijn uitgedeeld. Officieel blijven echter daar sneeuwkettingen verplicht.
  • Ruitensproeierantivries. Bij pekel gaat het snel op, dus neem voldoende reserve mee. Ruitenvloeistof met antivries is wettelijk niet verplicht in de winter, maar ontstaat er een ongeluk en heeft de bestuurder de vloeistof niet gebruikt, dan bestaat de kans op een boete en een aansprakelijkheidsstelling voor het ongeluk.
  • Slotontdooier. Nooit in de auto leggen, maar altijd in een handtasje, jas- of broekzak doen.
  • Winterbanden. Zijn meestal niet expliciet verplicht, behalve in Duitsland, Finland en Zweden, maar bij gladheid toch rijden zonder winterbanden betekent grote kans op aansprakelijkheid en een boete bij schade. Lees hier meer over winterbanden.
  • IJskrabbers. Neem extra mee, want ze kunnen in de kou makkelijk breken.
  • Spuitbus ontdooispray. Is naast krabbers ook handig.
  • Deurrubbers. Van tevoren behandelen tegen vastvriezen met speciale stiften of talkpoeder.
  • Sleepkabel. Voor wie onverhoopt van de weg glijdt of vast komt te zitten.
  • Startkabels. Voor als de accu bij extreme kou onvoldoende capaciteit blijkt te hebben.
  • Electrische bekabeling.┬áSpuit kabels en kabelkoppelingen in met WD40 ter voorkoming van oxidatie..
  • Zaklantaars. Deze zijn goed geladen en/of met goede reservebatterijen voor noodgevallen.
  • Reserve motorbrandstof. Voor nood, zoals bij vast komen te staan, verkeersvertraging en gesloten pompstations.
  • Plakband. Liefst de brede aluminiumkleurige. Om portiersloten vrij van sneeuw te houden bij parkeren.
  • Veiligheidshesjes. Deze zijn in steeds meer landen verplicht om te dragen tijdens het wisselen van een lekke band of een ander pechgeval langs de weg. De regels zijn niet uniform. Maar ook als het niet verplicht is, biedt het wel meer veiligheid, zeker in de donkere wintertijd en bijvoorbeeld tijdens het omleggen van sneeuwkettingen.
  • Starthulp. Het kan gebeuren dat de startaccu het heeft begeven. In dat geval is er wellicht starthulp nodig van de buurman naast je. Het uitvoeren van een starthulp vraagt de nodige aandacht. Hier lees je meer over een verantwoorde starthulp.